Willem Jonkergouw uit Tilburg winnaar Van Gogh-wedstrijd

Jury onder de indruk van hoge kwaliteit inzendingen
Op zaterdag 3 december staat de theatervoorstelling Vincent en Theo in de Tilburgse Schouwburg. Speciaal vanwege deze voorstelling nodigden Theaters Tilburg, Vincents Tekenlokaal, Van Gogh Brabant en VVV Tilburg iedereen uit een brief te schrijven uit naam van Vincent van Gogh. Willem Jonkergouw uit Tilburg werd door de jury unaniem uitgeroepen tot winnaar. Hij wint een Vincent van Gogh fiets, kaartjes voor de theatervoorstelling en een workshop in Vincents Tekenlokaal.

De jury, bestaande uit Simone Mager van Theaters Tilburg, Petra Robben van Vincents Tekenlokaal en Frans Jan Lathouwers van Van Gogh Brabant, waren onder de indruk van de hoge kwaliteit van de inzendingen, maar bleek uiteindelijk het meest gecharmeerd van de brief door Willem Jonkergouw: "Hij wist het verleden en heden op een prettig verhalende wijze te verbinden en te verbeelden. Hij doet het karakter van corresponderende broers eer aan door een reactie aan Theo te vragen. De brief beschrijft op geloofwaardige wijze het gevoelsleven van Vincent. Daarbij gaat Jongergouw tevens in op enkele feitelijke historische locaties in Brabant."

De tweede prijs, een workshop digitaal tekenen in Vincents Tekenlokaal gaat naar Jan van Riel. Eervolle vermeldingen zijn er voor de brieven van Bart Houx, Ineke van Pelt en Gert Jan van den Belt. Hun brieven worden naast die van de winnaars gepubliceerd op de websites van VVV Tilburg, Vincents Tekenlokaal en Theaters Tilburg.

Hieronder lees je de brieven van de twee winnaars. De overige brieven zijn te lezen op de website van VVVTilburg.
 

Eerste prijs: Brief van Willem Jonkergouw

Beste Theo,
Moet je nu toch eens kijken wat mij is overkomen.
Voor even ben ik teruggekeerd naar Tilburg. Vandaag bracht ik een bezoek aan Korvel waar ik ooit woonde bij de familie Hannik. Mijn kosthuis is helaas afgebroken. Wel hangt er hoog aan de gevel een plaquette als herinnering aan mijn verblijf bij hen.
Alles is hier nu wat vreemd voor me.
Vreemd, dat ik daar niemand meer ken. Het is er ook wel erg veranderd.
Het dorpse karakter van Tilburg is langzaam vergroeid tot het karakter van een ware stad. Je zou het niet meer terug kennen.
Mijn herinnering aan die plek is toch met recht goed te noemen. Ik heb me er bekwaamd in de tekenkunst. Enkel de mensen zijn er nog dezelfde. Ze lopen alleen anders gekleed.
Ze kijken me aan met een soort blik van herkenning en lijken dan te denken:’nee’ toch niet.
Opnieuw begeef ik me naar mijn school alsof die niet veranderd zou zijn.
Daar ontdek ik zowaar mijn oude tekenlokaal! Ik val er van de ene verbazing in de andere. En er is zowaar nóg een tekenlokaal.De tekenborden zijn er van glas, en het tekenen gaat vlugger dan ik gewend ben. Het tekenen met knoppen en wijzers brengt me niet veel verder dan het trekken van een horizon. Er lopen wel erg veel mensen rond die me nog niet vergeten lijken te zijn, maar ik ken niet echt een van hen. Ze weten te vertellen van mijn verblijf in Zundert,waar ons broertje Vincent begraven ligt. En over ons huis in Nuenen en dat dit zeer goed onderhouden is. Zelfs het mangelhok waarin ik heb zitten werken is er nog, evenals onze achtertuin. Aan de overkant hebben ze een centrum ingericht dat helemaal aan mij en mijn artistieke leven is besteed. Ik zie er zelfs de fotografieën van onze ouders terug. Een weinig trots voelde ik me daar wel.

Veel werk is er op papier en in boeken ondergebracht. Ze weten er bijna alles.
Mijn schilderijen hebben over de hele wereld miljoenen opgebracht vertellen ze.
Iets waar ik geen weet van heb.
Wat ik ook niet weten, wil. Alles wat ik in mijn leven heb gemaakt is uiteengerukt en verspreid. Ik hoop alleen maar dat de lichtval in mijn werk ondersteund wordt door de plek aan de wand die het heeft gekregen.

Sommige mensen ontmoet ik echt . Het liefst willen ze me meenemen naar hun huizen, die al even vreemd zijn dan al de rest. Nog één huisje heb ik er gezien waar de tijd schijnbaar stil heeft gestaan.
Het huisje van een wever met een weefgetouw waar aan hij de kost verdient.
Ik heb geprobeerd hem te bezoeken maar trof hem diverse malen niet thuis.
De meeste mensen wonen tegenwoordig totaal anders. Soms zelfs in gestapelde woningen, zoals ik die niet ken. Op het grote plein in de stad heb ik vergeefs gezocht naar de oude linde, die ik er wist. Ik word onrustig van al die mensen.
Het liefst ben ik buiten.

En het is intussen alweer november. De dagen worden korter.
Om nog wat van het afnemende zonlicht te genieten begaf ik me even buiten de stad en vertoefde in de zandduinen die daar liggen. Daar kwam de rust weer enigszins over me. Het zien van zoveel bomen en de zandvlakten deed me goed. Ik kan zo genieten van het landschap. Vooral de hei, waarvan de meeste kleur zich jammer genoeg al heeft teruggetrokken.
Wat doe ik hier? Nog een enkele vogel laat zich horen. Dan is het er stil.
Ik bezag er de luchten, net als weleer. Ik zou graag nog eens een opzetten in vermiljoen, de blauwen en gelen zoals ik die gewend ben. Een warm oranje tot slot, om nog iets van de nazomer weer te geven.
Maar mijn gedachten gaan terug naar vroeger. En naar jou beste Theo.
Schrijf me zo spoedig als het kan. Ik ben zo benieuwd of ik jou weer in de wereld mag tegenkomen en hoe je zelf gevaren bent.
Te weten dat jij er ook bent geeft me weer grond onder mijn voeten.

Alleen al om wat we zijn. ’Broers.’

Vincent
 

 

Tweede prijs: Brief van Jan van Riel

Beste Theo,
 
Moet je nu toch eens kijken wat mij is overkomen.....the story of my life.....
Dwaal ik na 145 jaar rond in Tilburg op zoek naar de plek waar mijn kosthuis heeft gestaan. Van Korvel 57 geen spoor. Stuit ik op het adres St. Annaplein 18-19 en wat zie ik....een bronzen gedenkplaat met  - ongelooflijk -  mijn beeltenis erop. De jaartallen kloppen 1866-1868  -  het moet echt  -mij-  zijn.
Theo, ik moet diep in mijn geheugen graven om mijn Tilburgse tijd te herinneren.
Als ik mij niet vergis vertrok ik als jongetje van 13 jaar van een kostschool in Zevenbergen naar een kosthuis in Tilburg. Ik was de enigste kostganger bij de familie Hannik. Gelukkig hadden ze nog een lieve zoon, Marinus. Het was een typisch Tilburgs gezin : hard werken en bidden. Ik kon maar moeilijk wennen aan hun taal. Het Tilburgs klonk mij grof en hard in de oren - het had niets van mijn zachte Brabants dialect dat ik sprak in Zundert.
Ik kon ook niet tegen de stilte, het levenloze. De Tilburgers verscholen zich na het werk op de 'febrieke' of het dagelijkse bezoek aan de kerken in hun achterkamertjes. Er heerste Cholera en die eiste in mijn eerste twee maanden in Tilburg al 33 levens. Tilburg was letterlijk doods.
Goh..... wat voelde ik mij ongelukkig en eenzaam op deze plek. Maar ik had het niet voor het uitzoeken. In Tilburg stond immers de eerste Rijks HBS in Noord-Brabant. Ik kreeg er mijn eerste tekenlessen van mr Constant Cornelis Huijsmans. Geheel in stijl van de school waren zijn lessen gruwelijk saai. Tekenen naar klassieke voorbeelden terwijl de knoestige arbeiders en het noeste leven in Tilburg zich zo goed zouden hebben geleend als model voor het tekenen. Eénmaal kreeg ik de kans een Tilburger, leunend op zijn spade, te vereeuwigen.
Ondanks alles verliep het eerste leerjaar succesvol. Ik was een van de betere leerlingen in een klas van 36. Het ging er tamelijk goedgemutst aan toe. De directeur deed zijn achternaam (mr. F.J.A. Fles) eer aan en zag toe met onstabiele hand. De prestaties van vele leerlingen waren benedenmaats. Slecht 10 leerlingen behaalden van alle eerste jaars gemiddeld een voldoende. Ik was erbij met een 7,36 gemiddeld - de 4e beste van alle eerste jaars. Directeur Fles werd uit zijn functie ontheven. Zijn opvolger dr. F.N. Fenger (bijgenaamd : Strenger) haalde er flink de bezem doorheen. We kregen een overladen lesprogramma van 34 lessen per week met daar bovenop vele uren huiswerk. Twee leerlingen werden meteen van school gestuurd. Eén ervan was Marinus Hannik - inderdaad de zoon van.... . Van het begin af mijn maatje -  hij voelde voor mij en ik voor hem. Van samen studeren was geen sprake meer. Marinus had het gehad na een dag hard werken. Het luidde het einde van mijn Tilburgse periode in. De resultaten op school werden minder en zakten naar een dramatisch niveau. In maart 1868 gaf ik er de brui aan  - midden in het schooljaar -  verliet ik de school en daarmee ook Tilburg en het enige wat me daar lief was : Marinus.
Nog eenmaal heb ik teruggedacht aan Tilburg. Ik schreef je toen (juni 1873) vanuit Brixton, een troosteloze plaats ".....Het heeft wel iets van Tilburg of zoo....." .
 
Theo, nu loop ik rond in het Tilburg van anno 2011. Alles lijkt anders, alles lijkt veranderd.
Geen Tilburg met zijn kerken en fabrieken. De sky-line wordt nu gedomineerd door kantoor-reuzen en woon-giganten.
Geen stilte maar bedrijvigheid. Vrijheid in plaats van bekrompenheid. Niet dorps maar stads. Niet dood maar levend
Wat had ik graag dit Tilburg gekend : een culturele en artistieke smeltkroes, een verzamelplaats van talent.
Wat had ik Tilburg graag elke dag geschilderd  - Theo,geloof het of niet -  zelfs in of vanuit mijn eigen Vincents Tekenlokaal.
Wat had ik Tilburg en zijn Tilburgers graag toegedicht in het Tilburgs of simpelweg bezongen in het mooiste lied.
Ik had hier vast mijn liefde weer teruggevonden en oud kunnen worden  -  Tilburg Till I die.
Tilburg  - de stad als mijn equivalent -  eerlijk, ongepolijst en miskend......
en  - na anderhalve eeuw -  is het dus toch nog goed gekomen.
The story of my life !
 
 - Vincent -